ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7752
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ingangsdatum ingezetenschap voor AOW-verzekering
Betrokkene, geboren in Turkije en in 1977 als vluchteling naar Nederland gekomen, vroeg een pensioenoverzicht aan waaruit bleek dat hij over de periode 1970-1978 niet verzekerd was volgens de AOW. De Sociale Verzekeringsbank stelde de ingangsdatum van verzekering vast op 15 augustus 1978, terwijl de rechtbank Almelo in eerste aanleg 1 november 1977 als ingezetenschapdatum aannam.
In hoger beroep betoogde appellant dat de ingezetenschap pas per 1 maart 1978 moet worden aangenomen, omdat betrokkene vanaf die datum over zelfstandige woonruimte beschikte en een duurzame band met Nederland had. De Raad overwoog dat de datum van ingezetenschap moet worden bepaald aan de hand van objectief controleerbare bindingen en niet slechts op intentie. Betrokkene had pas vanaf maart 1978 een zelfstandige kamer en werd toen geaccepteerd voor een taalcursus.
De Raad verwierp het standpunt van betrokkene dat de duurzame band al per 1 november 1977 bestond, mede omdat de familie toen nog niet in Nederland was en eerdere inschrijving in de GBA niet doorslaggevend is. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en stelde vast dat betrokkene vanaf 1 maart 1978 verzekerd is ingevolge de AOW. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Betrokkene is vanaf 1 maart 1978 verzekerd ingevolge de AOW.