ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens overschrijding bijstandsnorm door neveninkomsten
Appellante had een bijstandsaanvraag ingediend bij het UWV-Werkbedrijf in aanvulling op haar WAO-uitkering. Naast haar uitkering ontving zij als freelancer in het onderwijs en als surveillant bij proefwerken en examens inkomsten, waarbij de surveillancetaken jaarlijks terugkeerden met een vaste maandelijkse beloning van € 25,--, uitgezonderd de schoolvakantiemaanden.
Het college wees de aanvraag af omdat het totale inkomen, inclusief de neveninkomsten, de toepasselijke bijstandsnorm overschreed. Het college had de inkomsten uit surveillancewerkzaamheden over het hele kalenderjaar bij elkaar opgeteld en vervolgens naar rato toegerekend aan de maand augustus 2010, de maand van de aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep betwistte appellante de redelijkheid van deze toerekening, maar de Raad oordeelde dat het college bevoegd was de inkomsten over het jaar te middelen en toe te rekenen. De toerekening werd bovendien beperkt tot € 15,-- netto per maand, waardoor appellante niet werd benadeeld. De Raad bevestigde dat appellante ten tijde van de aanvraag over een inkomen beschikte dat de bijstandsnorm overschreed, waardoor de afwijzing terecht was.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen omdat het inkomen inclusief neveninkomsten de bijstandsnorm overschrijdt.