ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6937
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing functie en boventalligverklaring bij gemeentelijke reorganisatie
Appellant was sinds 2002 voor 5,4 uur per week beiaardier van het stadscarillon van Leeuwarden. In de begroting 2011 werd een bezuiniging van €10.000,- opgenomen, waarna besloten werd het carillon mechanisch te bespelen. Hierdoor werd de functie van appellant op 2 december 2010 opgeheven en werd hij boventallig verklaard, met toepassing van het Sociaal Akkoord 2009-2012 dat gedwongen ontslagen uitsluit.
Appellant verrichtte vanaf maart 2011 tijdelijke werkzaamheden in het archief, maar een vaste aanstelling was niet mogelijk vanwege formatiebeperkingen. Na bezwaar werd het besluit tot opheffing en boventalligverklaring gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat boventalligverklaring niet in de gemeentelijke rechtspositieregeling voorkwam en uitte kritiek op de bezuiniging. De Raad oordeelde dat het bezuinigingsbesluit objectief was en als grondslag voor opheffing mocht dienen. Het college trad niet buiten zijn bevoegdheid door appellant boventallig te verklaren en naar ander werk te zoeken in lijn met het Sociaal Akkoord.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot opheffing van de functie en boventalligverklaring van appellant.