ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-naleving gegevensverstrekking en gespreksplicht
Appellant ontvangt sinds 2008 bijstand en werd door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam uitgenodigd voor gesprekken en het aanleveren van relevante gegevens over zijn beleggingsrekeningen en buitenlandse verblijven in 2010. Op 31 januari 2011 verscheen appellant niet op het gesprek en verstrekte hij de gevraagde gegevens niet. Het college schortte daarop de bijstand op en trok deze op 24 februari 2011 in, nadat appellant ook niet op een tweede gesprek op 16 februari 2011 verscheen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat het college op goede gronden had verzocht om gegevens en een gesprek, en dat de bewijslast bij appellant lag om een gegronde reden voor zijn afwezigheid aan te tonen, wat niet was gebeurd.
In hoger beroep stelde appellant onder meer dat het gesprek een inbreuk op zijn privacy vormde en dat hij medische redenen had om niet te verschijnen. De Raad verwierp deze bezwaren, verwijzend naar de wettelijke bevoegdheid van het college om de wijze van gegevensverstrekking te bepalen en het ontbreken van aannemelijkheid van medische belemmeringen.
De Raad concludeerde dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54 van Pro de WWB. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstandsuitkering bevestigd.