ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet meewerken aan huisbezoek
Appellant diende op 1 juli 2010 een aanvraag om bijstand in, waarbij twijfel bestond over zijn woon- en leefsituatie vanwege eerdere inschrijvingen en onderhuur. Het college wilde een huisbezoek afleggen om de juistheid van de verstrekte informatie te verifiëren. Appellant werkte niet mee aan het aangekondigde huisbezoek, hoewel hij toestemming had gegeven na een gesprek op 5 oktober 2010.
Het college wees de aanvraag af op grond van artikel 17, tweede lid, WWB wegens het niet voldoen aan de medewerkingsverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek, gezien de concrete feiten zoals inschrijvingen in de GBA en onderhuurbetalingen.
Appellant voerde aan verhinderd te zijn vanwege een afspraak met zijn nieuwe werkgever, maar dit werd niet aannemelijk geacht. Ook het ontbreken van de herstelbrief bij thuiskomst veranderde niets aan het oordeel. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad concludeerde dat appellant geen medewerking heeft verleend aan een noodzakelijk onderzoek, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen wegens het niet meewerken aan een noodzakelijk huisbezoek.