ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening en terugvordering bijstand wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam waarin haar bijstand over de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 maart 2009 werd herzien en een bedrag van €2.677,90 werd teruggevorderd. Het college baseerde dit op het feit dat haar meerderjarige inwonende zoon een inkomen had genoten dat niet was opgegeven.
Appellante stelde dat haar zoon geen inkomen had genoten, maar slechts een lening van de Informatie Beheer Groep had ontvangen en dat hij in die periode niet bij haar woonde. Het college wees het verzoek om terug te komen op het besluit af, omdat een lening volgens vaste jurisprudentie als inkomen wordt aangemerkt en appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek om terug te komen op een besluit te beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn, en dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen doorslaggevende rol speelt.
Omdat appellante geen nieuwe feiten heeft aangevoerd, is het college bevoegd geweest het verzoek af te wijzen. Het hoger beroep slaagt niet en het verzoek tot vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.