ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAZ-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, die sinds januari 2004 arbeidsongeschikt is, maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAZ-uitkering per 23 april 2010 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Hij stelde dat zijn medische beperkingen, met name psychische klachten, waren onderschat en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was en dat appellant met inachtneming van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de voorgestelde functies kon vervullen. Ook werd het bezwaar tegen de hoogte van het maatmaninkomen verworpen.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak. De Raad stelde vast dat het maatmaninkomen juist was berekend op basis van de door de fiscus aanvaarde netto-winst over de jaren 2001 tot en met 2003, en dat de inkomsten uit een andere B.V. niet als winst uit onderneming waren verantwoord. Medisch gezien bood het rapport van prof. Kahn geen aanleiding tot herziening van het oordeel, mede vanwege het commentaar van de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAZ-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% wordt bevestigd.