ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid en geschiktheid voor functies
Appellante, na een auto-ongeval met fysieke en psychische klachten, vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De medische beoordeling toonde aan dat appellante geen duurzaam benutbare beperkingen heeft die haar verhinderen passende arbeid te verrichten. Psychische klachten werden als licht tot matig beoordeeld en voldoende meegewogen. Ook de fysieke klachten aan linkerarm en hand gaven geen aanleiding tot een andere conclusie.
Arbeidskundig werd vastgesteld dat appellante geschikt is voor functies als productiemedewerker en reservefuncties zoals keukenhulp, met een theoretische verdiencapaciteit hoger dan het maatgevende loon. De Raad verwierp het argument dat appellante de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, mede vanwege haar lange verblijf en werkervaring in Nederland.
Ook aan de opleidingseisen werd voldaan, aangezien zij normaal lager onderwijs in Turkije had voltooid. Gezien deze feiten en de juridische toetsing bevestigde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering.