ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6448
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- E.J. Govaers
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 2 februari 2010
Appellant was sinds 16 december 2004 arbeidsongeschikt verklaard wegens whiplashklachten na een ongeval op 18 december 2003 en ontving een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%.
Van 3 december 2007 tot 5 februari 2008 werkte appellant 20 uur per week als commercieel manager, waarna hij zich ziek meldde vanwege dezelfde klachten. Het UWV besloot op 16 augustus 2010 dat appellant per 2 februari 2010 geen recht had op een WIA-uitkering omdat hij bij aanvang van de verzekering al gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en zijn arbeidsongeschiktheid per einde wachttijd minder dan 35% bedroeg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de functionele mogelijkhedenlijst van december 2009 geen wezenlijk verschil in belastbaarheid aangaf tussen de aanvang en het einde van de wachttijd. Tevens werd geoordeeld dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid en niet voor de functie van commercieel manager.
In hoger beroep voerde appellant nieuwe gronden aan, waaronder een verklaring van een gz-psycholoog, maar deze bood geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigde de rechtbankuitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 2 februari 2010 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.