ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en terugvordering halfwezenuitkering wegens niet meer behoren tot huishouden
Appellant had een halfwezenuitkering aangevraagd voor het kind van zijn overleden partner, waarbij hij de zorg op zich had genomen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende de uitkering toe met ingang van april 2008, omdat het kind duurzaam tot het huishouden van appellant behoorde.
Later bleek dat het kind sinds april 2009 niet meer tot het huishouden van appellant behoorde. De Svb beëindigde daarop de uitkering met terugwerkende kracht per 1 mei 2009 en vorderde de te veel ontvangen bedragen terug. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de uitkering rechtstreeks aan het kind werd betaald en dat hij zelf geen rechten of plichten wilde aangaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant door de aanvraag een relatie met de Svb was aangegaan en dat hij de inlichtingenplicht had geschonden door niet te melden dat het kind niet meer tot zijn huishouden behoorde. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af, omdat de gronden van appellant geen nieuwe gezichtspunten bevatten die tot een ander oordeel leiden.
Uitkomst: De halfwezenuitkering wordt met terugwerkende kracht beëindigd en de te veel ontvangen bedragen worden teruggevorderd.