ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij persoonsgebonden re-integratiebudget
Appellant ontvangt sinds 1 september 2004 bijstand volgens de WWB en verzocht om een persoonsgebonden re-integratiebudget voor een opleiding tot rijinstructeur. Dit verzoek werd door de commissie afgewezen omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden, onder meer vanwege eerdere deelname aan een re-integratietraject.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in, maar de Raad overwoog dat hij sinds augustus 2012 met zijn gezin is verhuisd naar een andere gemeente en daardoor geen recht meer heeft op bijstand en het re-integratiebudget van de commissie Breda.
Verder stelde appellant een procesbelang te hebben vanwege vergoeding van gemaakte kosten, maar dit werd verworpen omdat hij geen verzoek tot vergoeding had ingediend vóór het bestreden besluit en geen schade had gesteld. De Raad concludeerde dat appellant geen belang meer heeft bij het hoger beroep en verklaarde het niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.