ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.E.V. Lenos
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing partnertoeslag AOW wegens inkomen echtgenote
Appellant heeft een AOW-pensioen toegekend gekregen zonder recht op partnertoeslag vanwege het inkomen van zijn echtgenote. Hij verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om herziening, wat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
In hoger beroep betoogde appellant dat het inkomen van zijn echtgenote niet in aanmerking mocht worden genomen omdat zij haar werkzaamheden in België verrichtte en niet als werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) kon worden aangemerkt. De Svb stelde dat het inkomen terecht werd meegenomen, ongeacht het land van arbeid.
De Raad oordeelde dat het inkomen van de echtgenote onder het begrip opbrengst van arbeid valt volgens het Inkomensbesluit AOW 1996, ook als de werkzaamheden in het buitenland zijn verricht. Er was geen nieuw feit of veranderde omstandigheid die herziening rechtvaardigde. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de belangenafweging van de Svb was zorgvuldig en evenwichtig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om partnertoeslag omdat het inkomen van de echtgenote terecht in mindering is gebracht.