ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5368
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.J.W. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, werkzaam als broodinpakker, viel op 1 november 2007 uit wegens rugklachten, spanningsklachten en Familiaire Mediterrane Koorts (FMF). Het UWV stelde op 29 oktober 2009 vast dat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stelling dat hij frequent aanvallen heeft door FMF, wat het ziekteverzuim zou verhogen. Hij bracht aanvullende medische stukken in, maar deze betroffen een periode na de datum in geding en boden geen objectiveerbare onderbouwing. Het UWV paste de arbeidskundige beoordeling aan, maar dit had geen invloed op de uitkomst.
De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat de medische beperkingen onvoldoende zijn aangetoond en dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover aangevochten en het hoger beroep wordt gegrond verklaard. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering en handhaaft de rechtsgevolgen van het besluit van het UWV.