ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4873
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage en vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Centrale Raad van Beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een hoger beroep aanhangig moet zijn om een voorlopige voorziening te kunnen treffen. Omdat het hoger beroep bij uitspraak van 5 maart 2013 niet-ontvankelijk is verklaard, is niet langer voldaan aan deze voorwaarde.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. De uitspraak werd gedaan door J.F. Bandringa, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 19 maart 2013.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep reeds niet-ontvankelijk is verklaard.