ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant meldde zich op 15 oktober 2007 ziek vanwege psychische klachten en lage rugklachten. Het UWV stelde vast dat appellant beperkingen ondervond, maar dat hij geschikt was voor bepaalde functies, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende medische stukken overlegde om zijn standpunt te onderbouwen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name over de ernst van zijn rugklachten en het niet voldoen aan opleidingseisen voor de functie parkeercontroleur. De Raad stelde vast dat de bezwaararbeidsdeskundige passende functies had geselecteerd, waarbij de functie parkeercontroleur vanwege nachtdiensten was vervangen door productiemedewerker voedingsmiddelenindustrie.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling juist was en dat het vervallen van de functie samensteller kunststofartikelen geen materiële gevolgen had voor de mate van arbeidsongeschiktheid. Er waren geen nieuwe objectieve medische gegevens die aanleiding gaven tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door C.W.J. Schoor, in aanwezigheid van griffier Z. Karekezi, op 8 maart 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV dat geen recht op WIA-uitkering bestaat wordt bevestigd.