ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkeringsbesluit wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft bij het UWV verzocht om herziening van een besluit van 13 april 2006 waarin hem geen WAO-uitkering werd toegekend vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 13 september 1995. Het UWV weigerde dit verzoek, omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische verklaringen van appellant geen aanleiding gaven tot heroverweging.
In hoger beroep heeft appellant opnieuw medische stukken ingediend en gesteld dat zijn gezondheid sinds 1994 is verslechterd. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de medische stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft geweigerd het besluit te herzien.
De Raad wees ook het verzoek om proceskostenveroordeling af en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker, op 8 maart 2013.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WAO-besluit te herzien wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.