ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek bij herziening WAO-uitkering
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering die in 2007 werd verhoogd vanwege toegenomen klachten. Na een herbeoordeling in 2009 concludeerde de verzekeringsarts dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is, maar wel beperkingen heeft. De arbeidsdeskundige stelde dat appellant geschikt is voor enkele andere functies, waarop het UWV de uitkering herzag.
Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische documenten in, waaronder notities van huisarts en fysio-manueeltherapeut, waarin zijn klachten werden bevestigd. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige handhaafden het oordeel dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de klachten adequaat waren meegewogen. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de aanvullende medische stukken geen nieuwe objectieve onderbouwing boden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid.
De Raad concludeerde dat appellant niet volledig buiten staat is tot productieve arbeid en dat het UWV terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is.