ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot arbeid ondanks medische bevindingen
Appellante, werkzaam als ambulant hulpverlener in de jeugdzorg, meldde zich ziek na een gynaecologische operatie en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 april 2011 omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep bevestigden het besluit van het UWV. De bezwaarverzekeringsarts had na onderzoek en dossierstudie geconcludeerd dat appellante geschikt was voor haar werk, waarbij werd meegewogen dat autorijden een essentieel onderdeel van haar ambulante functie was en dat bij gebruik van medicatie geen bezwaar bestond. Een tumor die in december 2011 werd geconstateerd, werd niet relevant geacht voor de situatie op 1 april 2011.
De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en wees het hoger beroep af, waarmee de beëindiging van de Ziektewetuitkering rechtsgeldig bleef. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante niet ongeschikt was voor haar arbeid op de datum in geschil.