ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3216
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bezwaarprocedure
De erven van een betrokkene hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank omtrent de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De Raad stelde vast dat de bezwaarprocedure van 10 januari 2006 tot de uitspraak van 9 augustus 2012 ongeveer zes jaar en zeven maanden heeft geduurd, waarbij de redelijke termijn was overschreden.
Verweerder erkende een behandeltermijn van iets meer dan een jaar, maar stelde dat twee opschortingen de termijn verlengden. De Raad oordeelde dat slechts de eerste opschorting wegens ontbrekende motivering aan verzoekers toegerekend kon worden en dat de hoorzitting geen opschorting rechtvaardigde. Hierdoor was de redelijke termijn met iets minder dan een half jaar overschreden.
Op grond van vaste rechtspraak werd een schadevergoeding van €500 passend geacht voor deze overschrijding. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekers ad €236. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2013.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding en €236 proceskosten wegens overschrijding van de redelijke termijn.