ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds maart 1999 arbeidsongeschikt verklaard en ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering, die in 2005 werd ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Na een melding van vermeende toename van arbeidsongeschiktheid per december 2009 onderzocht een verzekeringsarts haar in 2010 en concludeerde dat de beperkingen niet waren toegenomen ten opzichte van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van september 2004.
Het UWV weigerde daarom een hernieuwde WAO-uitkering toe te kennen, wat door de rechtbank werd bevestigd. De rechtbank oordeelde dat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten dat longklachten of andere aandoeningen sinds 2004 tot meer beperkingen hadden geleid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar arbeidsongeschiktheid was toegenomen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan die dit ondersteunden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere conclusies en bevestigde het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft het besluit tot weigering van de WAO-uitkering ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toename van arbeidsongeschiktheid sinds 2004.