ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2378
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving vanaf februari 2009 bijstand. In november 2009 werd in zijn woning een hennepkwekerij met 492 planten aangetroffen. Het college stelde op basis van politie-informatie en een rapport van de Sociale recherche vast dat appellant de exploitatie van de kwekerij niet had gemeld, waardoor de inlichtingenverplichting werd geschonden.
Het college trok de bijstand over de periode van 1 juni 2009 tot 5 november 2009 in en vorderde de kosten van bijstand terug. Appellant voerde aan dat de exploitatie pas later was begonnen en dat de strafrechtelijke afwijzing van de ontnemingsvordering zou betekenen dat geen wederrechtelijk voordeel was behaald.
De Raad oordeelde dat het college mocht vertrouwen op de schatting van Liander dat er twee volledige kweekperiodes waren geweest, gebaseerd op technische en materiële bevindingen. De bestuursrechter is niet gebonden aan strafrechtelijke uitspraken. Appellant kon niet aannemelijk maken dat de exploitatie later was gestart. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellant.