ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2165
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing intrekking partnertoeslag AOW wegens leeftijd partner
Appellant kreeg een partnertoeslag op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot op 16 mei 2011 dat appellant vanaf oktober 2011 niet langer in aanmerking komt voor deze toeslag, omdat zijn partner op 21 oktober 2011 65 jaar werd en vanaf die maand een eigen AOW-pensioen ontvangt.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd op 1 juli 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank Roermond bevestigde dit oordeel en wees erop dat artikel 8 van Pro de AOW en de Beschikking inzake intrekking en herziening ouderdomspensioen duidelijk bepalen dat de toeslag eindigt in de maand waarin de partner 65 jaar wordt. Er was geen wettelijke uitzondering van toepassing.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad vond dat het wettelijk kader correct was toegepast en dat de aangevoerde gronden geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 22 februari 2013 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op de partnertoeslag vanaf oktober 2011.