ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1927
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering periodieke uitkering als nabestaande op grond van de Wubo
Appellante, weduwe van een erkend burger-oorlogsslachtoffer, verzocht om een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De uitkering werd geweigerd omdat het slachtoffer ten tijde van zijn overlijden niet in het genot was van een periodieke uitkering op grond van de Wubo, noch was overleden als gevolg van oorlogsletsel, noch een andere periodieke uitkering genoot in verband met oorlogsletsel.
De Raad stelde vast dat het slachtoffer in 2007 weliswaar als burger-oorlogsslachtoffer was erkend, maar dat een periodieke uitkering was geweigerd en dat deze weigering in rechte vaststaat. Medische adviezen toonden aan dat het overlijden niet het gevolg was van oorlogsletsel, maar van long- en reumatische klachten zonder oorzakelijk verband met het oorlogsgeweld.
Appellante voerde aan dat in 1976 fouten waren gemaakt bij de beoordeling van de aanspraken van het slachtoffer, maar de Raad oordeelde dat een herzieningsverzoek alleen door het slachtoffer zelf kon worden ingediend en dat er geen aanwijzingen waren dat de psychische klachten destijds hadden kunnen worden vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante geen aanspraak heeft op een periodieke uitkering als nabestaande op grond van de Wubo en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van een periodieke uitkering als nabestaande op grond van de Wubo wordt ongegrond verklaard.