ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1910

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11-2439 MAW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping kritische kanttekening in ambtelijke functioneringsbeoordeling wegens onbehoorlijke totstandkoming

Appellant, werkzaam als administratief beheerder in de rang van sergeant-majoor, kreeg op 11 november 2008 een beoordeling over de periode april 2007 tot april 2008. In deze beoordeling was een kritische kanttekening opgenomen over zijn gedrag, waarbij werd gesteld dat hij zich door emoties liet leiden en dit tegen hem kon werken. Appellant betwistte deze kanttekening omdat deze niet met concrete voorbeelden was onderbouwd en betrekking had op gebeurtenissen uit 2006, buiten het beoordelingsvak.

De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onbehoorlijke en onzorgvuldige totstandkoming, maar liet de rechtsgevolgen grotendeels in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de kritische kanttekening niet thuishoort in de beoordeling omdat deze niet betrekking heeft op het beoordelingsvak en niet concreet is onderbouwd. De Raad herroept daarom het besluit voor zover het deze kanttekening betreft.

Daarnaast werd appellant in het hoger beroep in het gelijk gesteld en werd de commandant veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten. De uitspraak werd gedaan op 21 februari 2013 door K. Zeilemaker, in aanwezigheid van griffier S.K. Dekker.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep herroept het besluit voor zover het de kritische kanttekening betreft wegens onbehoorlijke totstandkoming.

Uitspraak

11/2439 MAW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 9 maart 2011, 10/7073 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
Hoofd Sectie G4 Operationeel Ondersteuningscommande Land (hoofd)
Datum uitspraak 21 februari 2013.
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [v.d. H.] hoger beroep ingesteld.
Het hoofd heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 januari 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. P.M. Groenhart en het hoofd heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.I. Biharie-Pronk.
OVERWEGINGEN
1. Appellant was werkzaam als administratief beheerder bij het bureau I[naam bureau], in de rang van sergeant-majoor. Op 11 november 2008 is een beoordeling opgemaakt over zijn functioneren in het tijdvak van april 2007 tot april 2008. Op 9 december 2008 is deze beoordeling vastgesteld door de tweede beoordelaar Vreeken. Na bezwaar is dit besluit gehandhaafd bij besluit van 20 september 2010 (bestreden besluit).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het bestreden besluit vernietigd, kort gezegd wegens onbehoorlijke en onzorgvuldige totstandkoming van de beoordeling. De rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat de beoordeling wel op voldoende gronden berust.
3. Het hoger beroep van appellant is beperkt tot het in stand laten van de rechtsgevolgen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Het eindoordeel van de beoordeling luidt: naar behoren. Het betreft hier geen negatieve beoordeling. Appellant heeft bezwaar tegen een kritische kanttekening, die luidt als volgt:
“ indien de beoordeelde zich niet kan vinden in bestaande omstandigheden of onenigheid heeft met een persoon of organisatie laat hij dit luid en duidelijk horen, en laat zich leiden door zijn emotie en zal alles aangrijpen om dit kenbaar te maken. Door zich te laten leiden door zijn emoties, kan zijn reactie tegen hem werken.” Deze kanttekening is opgenomen bij het gezichtspunt gedrag, bij verantwoordelijkheidsbesef en bij minder sterke kanten (onderdeel van het samenvattend oordeel).
4.2. Appellant heeft terecht aangevoerd dat deze kritische kanttekening niet met concrete voorbeelden is onderbouwd. Niet in de beoordeling zelf en evenmin in de loop van de procedure. Uit de stukken komt naar voren dat appellant in een vorige functie onenigheid heeft gehad met een direct leidinggevende, die in september 2006 heeft geadviseerd dat appellant niet geschikt is voor een officiersfunctie. Als gevolg daarvan is appellant niet toegelaten tot de opleiding onderofficier aan de KMA. Appellant heeft bepaalde administratieve misstanden aangekaart bij de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht en denkt dat het negatieve advies en de daarin gemaakte opmerking dat hij in zaken blijft hangen, daar mee te maken heeft. Hij is gestopt met het aankaarten van misstanden en na bemiddeling door de IGK is de thans aan de orde zijnde beoordeling opgemaakt. De kritische kanttekening ziet volgens appellant op het gebeurde in 2006 en dat valt buiten het beoordelingstijdvak.
Van de zijde van de commandant is daar niets steekhoudends tegen in gebracht. De Raad is op grond van het vorenstaande van oordeel dat de gewraakte passage geen betrekking heeft op het beoordeelde tijdvak en daarom niet thuishoort in de beoordeling.
4.3. Het hoger beroep van appellant slaagt daarom. De instandlating van de rechtsgevolgen door de rechtbank is grotendeels juist, maar dient geen betrekking te hebben op de kritische kanttekening in de beoordeling. Het besluit van 9 december 2008 wordt wat betreft de kritische kanttekening herroepen.
5. Er is aanleiding het hoofd te veroordelen in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 944,-.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover daarbij de rechtsgevolgen van het vernietigde
besluit in stand zijn gelaten wat betreft de kritische kanttekening;
- bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige voor zover aangevochten;
- herroept het besluit van 9 december 2008 voor wat betreft de kritische kanttekening;
- bepaalt dat de commandant het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van
€ 227,- vergoedt;
- veroordeelt de commandant in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag
van € 944,-.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2013.
(getekend) K. Zeilemaker
(getekend) S.K. Dekker
HD