ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsaanvraag wegens niet-naleving werkstageverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd door het college van burgemeester en wethouders van Groningen verplicht deel te nemen aan een re-integratietraject via Springplank. Na onvoldoende inzet en het niet verschijnen op de werkstage zonder opgave van redenen, besloot het college de bijstand te beëindigen en de afhandeling van een nieuwe aanvraag op te schorten.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het college een passend re-integratie-instrument had aangeboden en dat appellant verplicht was hieraan mee te werken. De Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het hoger beroep van appellant, die stelde dat het traject onterecht was opgelegd en dat de beoordeling was gebaseerd op verouderde informatie.
De Raad bevestigde dat het college terecht de werkstage had opgelegd en dat de opschorting van de aanvraag conform de wet was. Het bezwaar tegen de brief waarin de opschorting werd meegedeeld was terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat deze brief geen rechtsgevolg had. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opschorting van de bijstandsaanvraag wegens niet-naleving van de werkstageverplichting wordt bevestigd.