ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum aanvullende bijstand per 1 juli 2010 na beëindiging dienstverband
Appellant was tot 1 juli 2010 in dienst bij het horecabedrijf van zijn broer en ontving in juni 2010 nog diverse stortingen die zijn inkomen boven de bijstandsnorm brachten. Pas op 29 juni 2010 meldde hij zich voor een WWB-uitkering bij het college van burgemeester en wethouders van Groningen.
Het college kende de aanvullende bijstand toe met ingang van 1 juli 2010, de dag na beëindiging van het dienstverband. Appellant maakte bezwaar tegen deze ingangsdatum, omdat het UWV voor de WW-uitkering een eerdere ingangsdatum hanteerde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat bijstand in beginsel wordt toegekend vanaf de datum van melding, tenzij bijzondere omstandigheden anders rechtvaardigen. Die bijzondere omstandigheden waren hier niet aanwezig.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat het inkomen van appellant in juni 2010 boven de bijstandsnorm lag en dat de melding voor bijstand pas op 29 juni 2010 plaatsvond. De eerdere ingangsdatum van de WW-uitkering door het UWV doet hier niet aan af.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De ingangsdatum van de aanvullende bijstand is terecht vastgesteld op 1 juli 2010.