ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1461

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
11-4107 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging toekenning WAO-uitkering met arbeidsongeschiktheid 15-25%

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin hem een WAO-uitkering werd toegekend met een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.

De rechtbank had reeds geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat het besluit steunde op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag. Appellant voerde in hoger beroep dezelfde bezwaren aan, met name dat zijn psychische belastbaarheid onvoldoende was meegewogen en dat hij de geduide functies niet kon vervullen.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is uitgevoerd, mede doordat de bezwaarverzekeringsarts een eigen onderzoek heeft verricht en alle relevante medische informatie in het dossier is betrokken. Ook de arbeidskundige beoordeling is deugdelijk, waarbij de bezwaararbeidsdeskundige de functies passend achtte en mogelijke overschrijdingen van belastbaarheid adequaat zijn toegelicht.

Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.

Uitspraak

11/4107 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 1 juni 2011, 10/1740 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Bij schrijven van 26 juli 2012 heeft H.J.A. Aerts zich als opvolgend gemachtigde van appellant gesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2012. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door
mr. P.C.P. Veldman.
OVERWEGINGEN
1. Bij beslissing op bezwaar van 11 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 11 mei 2010 gegrond verklaard en aan appellant met ingang van 28 juli 2008 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Het bestreden besluit rust op bezwaarverzekeringsgeneeskundige en bezwaararbeidskundige onderzoeken. Het Uwv heeft appellant ten opzichte van de beoordeling in 2005 toegenomen beperkt geacht. De bezwaararbeidsdeskundige van het Uwv heeft appellant geschikt geacht voor het vervullen van de functies productiemedewerker industrie (Sbc-code 111180), productiemedewerker metaal (Sbc-code 111171) en elektronica monteur (Sbc-code 267040).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant gelijke gronden aangevoerd als hij in eerste aanleg heeft gedaan. Volgens appellant heeft het Uwv de beperkingen van appellant voor het verrichten van arbeid onderschat. Voor wat betreft zijn psychische belastbaarheid heeft hij met name gewezen op de bevindingen van respectievelijk zijn behandelend klinisch psycholoog en zijn psychiater. Tevens is appellant van mening dat hij, gelet op zijn klachten en beperkingen, niet in staat is de geduide functies uit te oefenen, waarbij hij zich met name op het standpunt stelt dat de functie elektronica monteur te belastend is ten aanzien van het aspect tillen.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is geweest en dat het bestreden besluit berust op een deugdelijke medische grondslag. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv een eigen onderzoek heeft verricht en kennis heeft genomen van alle medische informatie die is opgenomen in het dossier, waaronder ook de gegevens waar appellant met name op gewezen heeft. Nu appellant ook in hoger beroep geen medische gegevens in het geding heeft gebracht, bestaat geen aanleiding te oordelen dat hij op medische gronden, naar objectieve maatstaven gemeten, op 28 juli 2008 meer beperkingen ondervindt dan zijn neergelegd in de voor appellant geldende Functionele Mogelijkheden Lijst.
4.2. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke arbeidskundige grondslag berust. In zijn rapport van 3 november 2010 heeft de bezwaararbeidsdeskundige de geduide functies bezien en gesteld dat op basis van de vastgestelde beperkingen die functies passend zijn bij de krachten en bekwaamheden van appellant. De bezwaararbeidsdeskundige heeft overleg gehad met de bezwaarverzekeringsarts over de belasting op de punten tillen en frequent lichte voorwerpen hanteren. De uiteindelijk aan de beoordeling ten grondslag gelegde functies zijn terecht als geschikt aangemerkt en signaleringen van mogelijke overschrijdingen van de belastbaarheid zijn toereikend toegelicht.
4.3. Gelet op de overwegingen 4.1 en 4.2 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en E.J. Govaers en
M.A. Hoogeveen als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2013.
(getekend) T. Hoogenboom
(getekend) G.J. van Gendt
QH