ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1454
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-tijdig ingediend beroepschrift in socialezekerheidszaak
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 8 november 2012 waarin zijn beroep tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege een te laat ingediend beroepschrift.
Het beroepschrift was gedateerd op 30 mei 2012, maar werd pas op 2 juli 2012 ontvangen, terwijl de uiterste datum voor indiening 21 juni 2012 was. Appellant voerde medische redenen aan, waaronder een beroerte en gedeeltelijke verlamming, waardoor hij niet in staat zou zijn geweest het beroepschrift tijdig te posten.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij tussen het schrijven van het beroepschrift en de uiterste datum niet zelf of via een ander het beroepschrift had kunnen versturen. Ook het argument dat een vriend het beroepschrift in de auto had laten liggen, werd niet voldoende geacht om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De Raad volgt vaste rechtspraak dat de gevolgen van het handelen of nalaten van derden voor rekening van de belanghebbende blijven. Daarom is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en wordt het verzet ongegrond verklaard. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald aan appellant.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift en niet-verschoonbare termijnoverschrijding.