ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1398

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-3423 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen onbevoegd verklaard hoger beroep in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht in een WWB-zaak. De Raad verklaarde zich bij uitspraak van 30 oktober 2012 onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep, omdat tegen uitspraken op grond van artikel 8:54 Awb Pro geen hoger beroep mogelijk is.

Appellant heeft vervolgens verzet gedaan tegen deze onbevoegdverklaring. Tijdens de zitting van 28 januari 2013 waren partijen niet verschenen. De Raad overwoog dat appellant in het verzet duidelijk heeft gemaakt dat hij geen hoger beroep wilde instellen, maar verzet wilde doen.

De Raad oordeelde dat de eerdere uitspraak van 30 oktober 2012 juist was en verklaarde het verzet ongegrond. Het verzetschrift wordt doorgezonden aan de rechtbank Limburg ter behandeling. Er is geen griffierecht geheven en er zijn geen kosten waarop een veroordeling betrekking kan hebben.

Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzetschrift wordt doorgezonden naar de rechtbank.

Uitspraak

12/3423 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 11 mei 2012, 12/317 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Heerlen
Datum uitspraak: 15 februari 2013
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 oktober 2012 heeft de Raad zich onbevoegd verklaard van het hoger beroep kennis te nemen.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 januari 2013, waar partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Awb. Tegen een dergelijke uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld. Wel kan daartegen (bij de rechtbank) verzet worden gedaan.
In verzet heeft appellant uitdrukkelijk kenbaar gemaakt dat hij geen hoger beroep heeft willen instellen, maar verzet heeft willen doen.
De Raad is van oordeel dat zijn uitspraak van 30 oktober 2012 op zichzelf juist is. Doordat de geschriften van appellant niet altijd even toegankelijk zijn, is de bedoeling van appellant pas in verzet duidelijk geworden. De Raad zal daarom het verzet ongegrond verklaren.
Het hogerberoepschrift zal worden doorgezonden aan de rechtbank Limburg ter behandeling als verzetschrift.
In de omstandigheden van het geval zou terugbetaling door de griffier van de Raad van het griffierecht aangewezen zijn. In deze zaak is echter geen griffierecht geheven.
Van kosten waarop een veroordeling in de kosten van het verzet betrekking kan hebben, is niet gebleken.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven