ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- E.J. Govaers
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste loonvaststelling
Appellant werkte sinds 1998 als lasser en meldde zich in 2007 ziek wegens beenklachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat hij vanaf september 2009 minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond. Dit besluit werd in bezwaar en door de rechtbank Leeuwarden bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld omdat het UWV uitging van een maandloon in plaats van het cumulatieve SV-loon, wat zou leiden tot een hoger arbeidsongeschiktheidspercentage van 39,46%. Het UWV voerde nader onderzoek uit en concludeerde dat het maandloon van €1.859,08 inclusief vakantietoeslag correct was, mede vanwege het ontbreken van loonstroken over een deel van de referteperiode.
De Raad overwoog dat de medische beoordeling en geschiktheid van de voorgehouden functies juist waren en sloot zich aan bij de berekening van het UWV. Het ontbreken van nadere onderbouwing door appellant voor het hogere cumulatieve loon en het ontbreken van loonstroken over een deel van de periode maakten dat het standpunt van het UWV niet onjuist was. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering.