ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens juiste vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellante, geboren in 1960, was sinds 1982 werkzaam in diverse functies en viel op 15 augustus 2002 uit wegens psychische klachten. Het UWV kende haar vanaf 15 augustus 2003 een WAO-uitkering toe wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2009 vroeg zij een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 15 augustus 2002.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV niet tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht. Appellante stelde dat haar arbeidsongeschiktheid al op 17/18-jarige leeftijd begon, maar kon dit niet onderbouwen met medische gegevens. Ook nieuw ingebrachte stukken in hoger beroep boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en benadrukt dat traumatische jeugdgebeurtenissen weliswaar vaststaan, maar niet hebben geleid tot arbeidsongeschiktheid op de betreffende leeftijd. De Raad bevestigt de juiste vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.