ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering en geschiktheid voor functie medewerker administratieve ondersteuning
Betrokkene ontving sinds 2003 een WAO-uitkering die in 2007 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na ziekmelding in mei 2007 werd een Ziektewetuitkering toegekend, die per november 2008 werd beëindigd op basis van een rapport van een bedrijfsarts. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze beëindiging, stellende dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en zij ten onrechte hersteld was verklaard.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en gaf opdracht tot een nieuw besluit, waarbij zij het bezwaar gegrond achtte. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat de medische onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat betrokkene geschikt is voor de functie van medewerker administratieve ondersteuning. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Daarnaast is vastgesteld dat de totale duur van de procedure de redelijke termijn heeft overschreden. De Raad besluit het onderzoek te heropenen voor een aparte uitspraak over het verzoek tot schadevergoeding wegens deze overschrijding. De Staat der Nederlanden wordt als partij in die procedure aangemerkt. Tot slot wordt appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt vernietigd, betrokkene is geschikt voor de functie medewerker administratieve ondersteuning, en het onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt heropend.