ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0961

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-5027 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen in een WIA-zaak. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden van het beroep, terwijl dit volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verplicht is.

De gemachtigde van appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om binnen gestelde termijnen de beroepsgronden alsnog in te dienen, maar heeft dit niet gedaan. Pas na het verstrijken van de termijn werden de gronden ontvangen, maar dit was te laat en zonder bewijs van tijdige verzending.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor dit verzuim en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De zaak wordt zonder inhoudelijke behandeling gesloten en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

12/5027 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 september 2012, 11/1232 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 6 februari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij brief van 11 september 2012 is de gemachtigde van appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
De gemachtigde van appellant heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 12 oktober 2012 is aan de gemachtigde van appellant nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellant erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellant heeft binnen de in de brief van 12 oktober 2012 gestelde termijn, welke eindigde op 9 november 2012, geen beroepsgronden ingediend.
Eerst op 12 november 2012 heeft de Raad de gronden waarop het hoger beroep berust ontvangen. Het beroepschrift is gedateerd 6 november 2012. De enveloppe waarin het beroepschrift ter post is bezorgd, bevat geen poststempel. In het beroepschrift is vermeld dat dit ook per fax is verzonden.
Bij brief van 21 december 2012 heeft de Raad aan gemachtigde van appellant verzocht een verzendbewijs in te zenden waaruit blijkt dat het beroepschrift eveneens naar de Raad is gefaxt.
Bij brief van 27 december 2012 heeft de gemachtigde van appellant geantwoord dat het beroepschrift enkel per post is verzonden, anders dan in het beroepschrift is vermeld.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 febuari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.