ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, wat een vereiste is op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep heeft appellante twee maal schriftelijk in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken alsnog de beroepsgronden in te dienen.
Appellante heeft beide termijnen ongebruikt laten verlopen zonder een verontschuldiging aan te dragen. Gezien het ontbreken van gronden en het uitblijven van een verontschuldiging acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor is het beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.
Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep en is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig aanvullen daarvan.