ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage in een socialezekerheidszaak (WAO). Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift ontbrak echter aan deze gronden.
De gemachtigde van appellante is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden binnen een hersteltermijn in te dienen. Ondanks verlenging van deze termijn en herhaalde aanmaningen heeft appellante geen gronden aangeleverd. Er zijn geen redenen gebleken die dit verzuim kunnen verontschuldigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 6 februari 2013.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.