ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0948

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 februari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-5604 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak

In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage in een socialezekerheidszaak (WAO). Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift ontbrak echter aan deze gronden.

De gemachtigde van appellante is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden binnen een hersteltermijn in te dienen. Ondanks verlenging van deze termijn en herhaalde aanmaningen heeft appellante geen gronden aangeleverd. Er zijn geen redenen gebleken die dit verzuim kunnen verontschuldigen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt daarom dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en verklaart het beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter Ch. van Voorst en griffier A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen op 6 februari 2013.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

12/5604 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 september 2012, 12/2739 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 6 februari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld.
OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij brief van 22 oktober 2012 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen. De gemachtigde van appellante heeft uitstel verzocht voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust. Bij brief van 19 november 2012 is de hersteltermijn verlengd tot en met 17 december 2012.
Bij brief van 17 december 2012 heeft de gemachtigde van appellante wederom om uitstel verzocht om de gronden waarop het hoger beroep berust in te dienen.
Bij aangetekende brief van 20 december 2012 is aan de gemachtigde van appellante nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.