ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, hetgeen vereist is op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Raad heeft appellante bij brief van 15 november 2012 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar deze termijn is ongebruikt voorbijgegaan.
Vervolgens is bij aangetekende brief van 17 december 2012 nogmaals een termijn van vier weken gesteld om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid. Ook deze termijn is ongebruikt verstreken. Omdat geen redenen zijn gebleken die dit verzuim kunnen verontschuldigen, heeft de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 februari 2013. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.