ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1986, heeft na het behalen van zijn Havo-diploma in 2005 enige tijd in loondienst gewerkt en was vanaf november 2008 werkzaam bij McDonald’s. Na ziekmelding in januari 2009 vroeg hij een Wajong-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat hij niet als jonggehandicapte werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen geen te geringe beperkingen hadden vastgesteld. De psychische klachten van appellant, waaronder symptomen die mogelijk op ADHD of autisme duiden, werden erkend maar niet als zodanig gediagnosticeerd. Ook werd vastgesteld dat de verslaving aan verdovende middelen op zich geen ziekte is, tenzij deze leidt tot bijkomende gebreken of klinische opname, wat hier niet het geval was.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn klachten en verwees naar een behandelplan, maar leverde geen nieuwe bewijsstukken. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat appellant ten tijde van zijn 17e en het einde van zijn opleiding niet arbeidsongeschikt was in de zin van de Wajong. De afwijzing van de uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering omdat appellant niet als jonggehandicapte wordt beschouwd.