ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0118
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake recht op uitkering werkleeraanbod WIJ
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Venlo die zijn aanvraag om een werkleeraanbod op grond van de Wet investeren in jongeren (WIJ) buiten behandeling stelde vanwege onvoldoende onderbouwing van de besteding van een schadevergoeding.
De rechtbank had het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij het bedrag van € 114.000,-, onderdeel van de toegekende schadevergoeding, op verantwoorde wijze had besteed. Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij de besteding wel had verantwoord met diverse posten zoals geldleningen, medische kosten, schade door woninginbraak en aanschaf van voertuigen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd, zoals bankafschriften of andere documenten, om de besteding aannemelijk te maken. Ook medische verklaringen ter onderbouwing van zijn onvermogen om uitgaven te verantwoorden waren onvoldoende. Gezien de omvang van het bedrag en de korte periode sinds de uitkering, ligt het op de weg van verzoeker om dit aannemelijk te maken.
Daarom is het niet waarschijnlijk dat het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak in hoger beroep zullen worden vernietigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van het recht op uitkering.