ECLI:NL:CRVB:2013:BZ0100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woonsituatie
Appellant diende op 19 maart 2009 een aanvraag om bijstand in, maar gaf onduidelijke en tegenstrijdige informatie over zijn woon- en verblijfplaatsen. Ondanks verzoeken van het college om nadere gegevens en bewijsstukken, leverde appellant onvoldoende controleerbare gegevens aan. Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en wees deze later af, met terugvordering van een voorschot.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant in strijd met artikel 17, eerste lid, WWB onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woonsituatie, waardoor het recht op bijstand in de beoordelingsperiode niet kon worden vastgesteld.
Appellant voerde geen zelfstandige gronden aan tegen de terugvordering van het voorschot. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over de woonsituatie van appellant.