ECLI:NL:CRVB:2013:BY9642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante verzocht om een Wajong-uitkering, maar het UWV wees dit af omdat er geen duidelijke beperkingen waren vastgesteld die arbeidsongeschiktheid aantonen. Een bezwaar tegen deze beslissing werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn. Appellante vroeg vervolgens om terug te komen op de beslissing, maar het UWV weigerde dit omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond, waarbij werd meegewogen dat medische stukken die appellante aanvoerde geen nieuwe feiten bevatten en veelal van vóór de oorspronkelijke beslissing dateren. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat de nieuwe stukken ook niet tijdens de bezwaar- en beroepsfase ingebracht konden worden en dat het UWV deze stukken niet kende bij het nemen van het besluit.
Appellante voerde aan dat zij sinds haar zeventiende volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan, maar de Raad stelt dat deze argumenten thuishoren in de bezwaar- en beroepsprocedure en niet als nieuwe feiten kunnen gelden. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak terecht is en bevestigt deze zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.