ECLI:NL:CRVB:2013:BY9380
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag periodieke uitkering op grond van Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens termijnoverschrijding bezwaar
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 juli 2012 van de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR), waarin zijn hernieuwde aanvraag voor een periodieke uitkering werd afgewezen. Verweerder oordeelde dat appellant geen bewijs had geleverd dat hij oorlogsgebeurtenissen in de zin van de AOR had meegemaakt.
Appellant diende een bezwaarschrift in op 5 mei 2012, ontvangen op 8 mei 2012, waarmee de wettelijke termijn van zes weken was overschreden. Als reden voor de te late indiening voerde appellant een miscommunicatie aan tussen zijn GGZ-begeleider en psychiater, ondersteund door een verklaring van GGZ-Friesland over afwezigheid van de hoofdbehandelaar.
De Commissie verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding zonder verontschuldigbare reden. De Raad overwoog dat appellant binnen de termijn een summier bezwaarschrift had kunnen indienen en later de gronden aanvullen, en dat geen omstandigheden bewezen waren die hem verhinderden tijdig bezwaar te maken.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R. Kooper op 24 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.