ECLI:NL:CRVB:2013:BY9373
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellante, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Haar oorspronkelijke aanvraag uit 2006 werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat zij persoonlijk getroffen was door oorlogsgeweld. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar.
In 2011 verzocht appellante om herziening van deze besluiten, maar verweerder wees dit verzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad toetste dit besluit met terughoudendheid vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerder.
De Raad concludeerde dat appellante geen nieuwe feiten had aangevoerd die een herziening rechtvaardigen. Verklaringen van familieleden en dossieronderzoek leverden geen bewijs van persoonlijke betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Ook de door appellante gestelde internering of dwangarbeid kon niet worden vastgesteld.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die wijzen op oorlogsgeweld.