ECLI:NL:CRVB:2013:BY9325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.C.W. Lange
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Toekenning ouderdomspensioen na beoordeling ingezetenschap en verzekeringsperiode
Appellante, geboren in 1945 op de Nederlandse Antillen, kwam in 1964 naar Nederland voor studie en was ingeschreven in Den Haag tot juni 1969. Zij volgde een lerarenopleiding en een diëtistenopleiding en woonde tijdens haar studie in een internaat en bij een hospita. Na afronding keerde zij terug naar de Antillen en werd uitgeschreven.
De Sociale Verzekeringsbank (Svb) kende haar een ouderdomspensioen toe van 16% vanwege de periode dat zij niet verzekerd was. De rechtbank oordeelde dat appellante vanaf september 1967 verzekerd was, maar zij stelde dat ook de periode vanaf 1964 als ingezetene moest worden gerekend vanwege haar juridische en sociale banden.
De Raad stelde vast dat de duurzame persoonlijke band met Nederland in de periode 1964-1967 ontbrak, mede omdat het verblijf tijdelijk was voor studie en zij geen zelfstandige woonruimte had. Ook het ontbreken van verzekering op de Antillen in die periode leidde niet tot een ander oordeel. De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het eerdere besluit, waardoor appellante aanspraak heeft op een ouderdomspensioen van 20% van het volledige pensioen.
De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 januari 2013.
Uitkomst: Appellante krijgt een ouderdomspensioen van 20% van het volledige pensioen toegekend vanaf 1 mei 2010.