ECLI:NL:CRVB:2013:BY9172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.H. Bel
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenverplichting en vermogen
Appellant ontving bijstand over meerdere perioden en gaf bij zijn aanvraag in 2008 aan een woning in Turkije te hebben geërfd. Het college stelde als voorwaarde dat appellant gegevens over de nalatenschap zou verstrekken. Uit onderzoek door het Bureau Sociale Zaken en sociale recherche bleek dat appellant sinds 1999 eigenaar was van een akker en sinds 2000 van een appartement met garage, met een getaxeerde waarde van €39.000.
Het college beëindigde de bijstand per 15 mei 2010 en vorderde de bijstand terug over de periode van 24 oktober 2000 tot 20 mei 2010 wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij samen met zijn moeder en vijf zussen eigenaar was van het appartement, maar kon dit niet met objectieve en verifieerbare gegevens onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het college terecht uitging van de getaxeerde waarde van het vermogen omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het volledige vermogen kon beschikken. Ook was appellant tekortgeschoten in het verstrekken van juiste en volledige informatie over zijn vermogen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.