ECLI:NL:CRVB:2013:BY8633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling registratieformulier en aanvraag bijstand volgens WWB en Awb
Appellant bezocht op 15 maart 2012 het daklozenloket van de gemeente ’s-Gravenhage en er werd een registratieformulier opgemaakt waarin het gesprek werd weergegeven. Appellant maakte bezwaar tegen dit registratieformulier en het uitblijven van een besluit over de toekenning van bijstand op grond van de WWB.
Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het registratieformulier geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb vormt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de melding op 15 maart 2012 als een aanvraag om bijstand moet worden gezien.
De Raad oordeelde dat een aanvraag om bijstand schriftelijk moet worden gedaan volgens artikel 43 WWB Pro en artikel 4:1 Awb Pro. De inhoud van het registratieformulier bevatte geen schriftelijke aanvraag en ook geen adres of verblijfplaats, waardoor er geen sprake was van een melding als bedoeld in artikel 44 WWB Pro. Het registratieformulier is slechts informatief en niet gericht op rechtsgevolgen, zodat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het registratieformulier geen aanvraag of besluit vormt.