ECLI:NL:CRVB:2013:BY8394
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over ondeugdelijke medische grondslag in WAO-uitkeringsherziening
Appellante, sinds 1998 arbeidsongeschikt wegens eczeem en psychische klachten, kreeg vanaf 1999 een WAO-uitkering. Het UWV trok deze uitkering per 7 september 2008 in, omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij naar 25-35%.
De rechtbank verwierp het bezwaar van appellante, maar in hoger beroep betwistte zij de medische grondslag van het besluit. Zij verwees naar diverse medische rapporten die een ernstiger beperking aantoonden dan het UWV had vastgesteld.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater Trompenaars, die in samenwerking met andere specialisten een uitgebreid onderzoek verrichtte. Zijn rapport concludeerde dat appellante ernstige psychische stoornissen heeft die op de datum in geding aanwezig waren.
De Raad achtte het rapport van Trompenaars uitvoerig en overtuigend en volgde zijn oordeel. Het UWV kreeg de opdracht om de medische grondslag te herstellen door een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op te stellen, waarna een nieuw besluit moet worden genomen. Deze tussenuitspraak is uitgesproken op 4 januari 2013.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de medische grondslag van het bestreden besluit te herstellen en een nieuw besluit te nemen.