ECLI:NL:CRVB:2013:BY8290
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW-zaken
Appellant heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak waarin het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. De Raad stelde vast dat appellant het griffierecht niet binnen de oorspronkelijke termijn van vier weken had voldaan, noch binnen een tweede termijn van acht weken die de Raad hem na een verzoek daartoe had gegeven.
Appellant had bij brief op de laatste dag van de eerste termijn aangegeven vanwege financiële omstandigheden niet te kunnen betalen, maar de Raad heeft hierop niet gereageerd en alsnog het verzet ongegrond verklaard. Tijdens de zitting waren partijen niet aanwezig.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs niet kon worden vrijgesteld van het verzuim en dat het verzet daarom ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven en uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijnen.