ECLI:NL:CRVB:2013:BY8199

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-1753 WWB-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit hoger beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet binnen de gestelde termijn was ingediend. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing en voerde aan dat ziekte en problemen met bovenburen hem verhinderden tijdig hoger beroep in te stellen. Tevens gaf appellant aan te hebben gewacht op de uitkomst van een sollicitatieprocedure.

De Raad oordeelde dat appellant bewust het risico had genomen door te wachten op het bericht over zijn sollicitatie, waardoor hij de termijn voor het instellen van hoger beroep overschreed. De door appellant aangevoerde omstandigheden waren niet concreet onderbouwd. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

De Raad zag geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/1753 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 23 november 2011, 11/5000 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoetermeer (college)
Datum uitspraak 4 januari 2013.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 30 oktober 2012 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 december 2012. Appellant is verschenen.
Het college is niet verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 30 oktober 2012 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 4 januari 2012. Appellant heeft bij de rechtbank 's-Gravenhage digitaal hoger beroep ingesteld op 16 maart 2012. De rechtbank heeft het hogerberoepschrift doorgezonden aan de Raad.
In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij vanwege ziekte en problemen die hij ondervond met de bovenburen, niet in staat was tijdig hoger beroep in te stellen. Daarnaast speelde voor appellant dat hij in die periode gesolliciteerd had naar de functie van tolk. Ter zitting heeft appellant beklemtoond dat hij gewacht heeft met het instellen van hoger beroep totdat er duidelijkheid zou zijn over de uitkomst van zijn sollicitatie. Appellant is er daarbij van uit gegaan dat hij een gerede kans maakte de door hem beoogde functie te krijgen. Nadat appellant op 24 februari 2012 het bericht had ontvangen dat hij - toch - niet voor de functie in aanmerking kwam, heeft hij alsnog hoger beroep ingesteld.
De Raad is van oordeel dat appellant door te wachten op het bericht over zijn lopende sollicitatie, het risico heeft genomen dat hij niet meer binnen de termijn hoger beroep kon instellen. Dat dit risico zich heeft verwerkelijkt, komt voor rekening van appellant. De stellingen van appellant over ziekte en problemen met de bovenburen, zijn niet concreet onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
TM