ECLI:NL:CRVB:2013:BY8196

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
12-636 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 lid 5 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing door verzet aan te tekenen, stellende dat zij niet wist wanneer de termijn begon omdat de enveloppe geen poststempel droeg. De Raad oordeelde dat de datum op de brief (8 maart 2012) als verzenddatum moest worden aangenomen en dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de brief pas na de termijn had ontvangen.

Omdat ook geen andere belemmeringen waren om binnen de termijn contact op te nemen, werd het verzet ongegrond verklaard. Tevens wees de Raad erop dat het hoger beroep ook niet-ontvankelijk was wegens niet-verschoonbare overschrijding van de hogerberoepstermijn.

De griffierechtbetaling van €112,- zal aan appellante worden terugbetaald. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

12/636 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 november 2011, 11/3817 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.]
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Datum uitspraak 11 januari 2013.
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 mei 2012 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 mei 2012 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 december 2012, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 16 mei 2012 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 8 maart 2012 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het griffierecht niet tijdig is betaald.
Appellante heeft op 10 april 2012, en dus na het verstrijken van de gestelde termijn, contact opgenomen met (de griffie van) de Raad en verzocht om verstrekking van de bankgegevens.
In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat de enveloppe waarin de brief van 8 maart 2012 is verzonden geen datumstempel (poststempel) bevat, zodat zij niet kon weten wanneer de termijn aanving en eindigde.
De Raad volgt appellante hierin niet. De brief zelf bevat de datum 8 maart 2012. Appellante moest er daarom van uitgaan dat de brief op die datum is verzonden. Zij heeft niet aangevoerd dat zij de brief pas na het verstrijken van de termijn heeft ontvangen.
Omdat ook niet is gebleken van andere belemmeringen voor appellante om zich binnen de termijn tot de Raad te wenden, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 112,-) zal door de griffier van de Raad aan appellante worden terugbetaald.
Ten overvloede wijst de Raad erop dat het hoger beroep ook niet-ontvankelijk is wegens niet-verschoonbare overschrijding van de hogerberoepstermijn.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 januari 2013.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven
GdJ