ECLI:NL:CRVB:2013:BY7864

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2013
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1983 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch. Tijdens de procedure heeft het UWV het bestreden besluit aangepast en geheel tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling.

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het UWV met een nieuw besluit van 22 augustus 2012 geheel aan de bezwaren tegemoet is gekomen. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot betaling van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in beroep en hoger beroep, begroot op in totaal €1.748.

De uitspraak is gedaan op 4 januari 2013, waarbij het onderzoek ter zitting achterwege is gelaten met toestemming van partijen. De Raad heeft tevens gewezen op de mogelijkheid voor appellant om het griffierecht rechtstreeks bij het UWV te verhalen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.748 aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

11/1983 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 maart 2011, 10/2457 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B. ] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 4 januari 2013
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft [P.] hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012.
De Raad heeft bij tussenuitspraak van 4 mei 2012 het Uwv opgedragen het gebrek in het bestreden besluit van 16 juli 2010 te herstellen.
Het Uwv heeft op 22 augustus 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 september 2012 heeft [P.] namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht zich te refereren aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met het nieuwe besluit van 22 augustus 2012 geheel aan de bewaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken.
Nu het Uwv bij besluit 22 augustus 2012 reeds heeft meegedeeld de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden, staat de Raad enkel nog voor de beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en
€ 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.748,-.
Voor vergoeding van het griffierecht kan appellant zicht rechtstreeks tot het Uwv wenden.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.748,-.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2013.
(getekend) J.W. Schuttel
(getekend) J.A. Achterberg